HET BEVEL TOT BETALING

Laat je de betaling na een herinnering aan het voorstel tot minnelijke schikking aan je voorbijgaan, dan zal de procureur des konings overgaan tot het geven van een bevel tot betaling. Dat betekent dat je er via een gerechtsbrief van in kennis wordt gesteld dat je boete van rechtswege ingevorderd wordt. De wet voorziet een nog eens een verhoging van 35 % boven op de geldboete.


Ga je hier niet mee akkoord, dan heb je 30 dagen de tijd om met een verzoekschrift beroep aan te tekenen bij de bevoegde politierechter. Het is zonder een advocaat niet evident om hieraan te beginnen, gezien er heel wat vormvereisten zijn. Als je dus geen ijzersterke argumenten hebt, loop je alleen maar tegen torenhoge kosten op, alleen al omdat de boete zo hoog geworden is.
Heb je binnen de dertig dagen geen verzoekschrift ingediend en heb je nog niet betaald, dan zal de procureur des Konings opdracht geven aan de FOD Financiƫn om de boete in te vorderen.
Als die invordering niet mogelijk blijkt, dan zal de procureur een schorsing van het recht tot sturen bevelen.
Er zijn nog een aantal procedureregels om in beroep te gaan tijdens de verschillende fases in de procedure van het bevel tot betaling waar we niet dieper op in gaan. Als je het zover hebt laten komen, wend je je vanwege de complexiteit In die fase van de procedure best tot een advocaat.

In het verleden "dagvaarde" het openbaar ministerie de overtreder die naliet te betalen voor de politierechtbank. Dat is in principe niet meer het geval. Omdat je het recht hebt om je zaak toch te bepleiten voor een rechter, kan je wel een verzoekschrift indienen om toch voor de politierechtbank te verschijnen. Hier zijn er heel wat mogelijke gevolgen: vrijspraak, voorwaardelijke of alternatieve straffen (zoals werkstraffen) maar ook een boete. In geval van veroordeling komen er bovenop de boete wel nog de gerechtskosten en een bijdrage voor het bijzonder motorwaarborgfonds. De kosten kunnen dus erg hoog oplopen. Zorg dus dat je verdediging sterk gefundeerd is.