GAS of GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

Niet alle verkeersinbreuken worden vervolgd door justitie. Het is ook mogelijk dat een inbreuk door een gemeente met een administratieve sanctie (GAS) wordt beboet.

 

Het beteugelen met GAS is "mogelijk" voor de volgende verkeersinbreuken:

  • Alle inbreuken met betrekking tot parkeren en stilstaan;
  • Alle inbreuken met betrekking tot het bord F103 (voetgangerszones) en het bord C3 (verboden inrij) vastgesteld met automatisch werkende toestellen (i.c. camerabewaking, al dan niet uitgerust met ANPR).
  • Lichte snelheidsinbreuken: het betreft snelheidsoverschrijdingen vastgesteld met automatisch werkende toestellen (flitstoestellen, trajectcontroles) van maximum 20 km/uur in de zone 30, de bebouwde kom (in het Brussels gewest 30 km/uur, elders 50 km/uur) en wegen met een snelheidsregime van maximum 50 km/uur. In praktijk gaat er het om metingen die een overschrijding van maximum 26 km/uur registreerden. Er wordt immers voor de bepaling van de straf voor deze inbreuk met een (technische) tolerantiemarge van 6 km/uur rekening gehouden. Volledigheidshalve vermelden we nog dat voor snelheden boven de 100 km/uur -die vanzelfsprekend niet in aanmerking komen voor een GAS- de tolerantiemarge op 6 % gebracht wordt. 
f103 zonder opschrift   c3
 F103 C3

 

Het staat de gemeenten vrij om GAS al dan niet toe te passen. Wanneer zij geen gebruik wensen te maken van deze mogelijkheid, dan zullen de vastgestelde inbreuken op de klassieke manier afgehandeld worden via gerechtelijke weg (onmiddellijke inning, minnelijke schikking, PV, ...) Bij een GAS-PV is het niet het openbaar ministerie maar de GAS-ambtenaar die de boete oplegt. De boetebedragen zijn identiek aan degene die welke onmiddellijke inningen worden afgehandeld. Alle administratie (betaling, verweerschrift, opvolging) vindt plaats via het secretariaat van de GAS-ambtenaar. Beroepen tegen de GAS-boetes worden door de politierechtbank behandeld.

Bronnen: KB 9 maart 2014, Vlaams decreet 8 oktober 2021 (uitvoering vanaf 1 februari 2021 bij Besluit Vlaamse Regering van 15 januari 2020)